de straat die al eeuwenlang verbindt

De Boschstraat. BredeBrede stoepen, een lang geheugen en een deur die altijd openstaat.

De straat die de stad met het Sphinxkwartier verbindt. En het verleden met het nu. Op de Markt sta je midden in de stad die op ansichtkaarten staat. Loop je rechtdoor de Boschstraat in, dan sta je een paar honderd meter verder tussen de fabriekshallen van het Sphinxkwartier. Die wandeling duurt een kwartier, maar in dat kwartier loop je zo'n tweehonderd jaar geschiedenis door. De Boschstraat is nooit een keurige winkelstraat geweest. Het was een werkstraat, met roet op de gevels en zweet in de naden. Juist daarom is het de mooiste route van de stad naar het Sphinxkwartier, en terug.

Wat is het Bassin?

Wie waren de pottemennekes?

Zo noemde Maastricht de mannen, vrouwen en kinderen die in de aardewerkfabrieken van Regout werkten. Ze woonden in kleine huisjes en barakken achter de Boschstraat, vaak met te veel mensen in te weinig kamers. Hun borden en kommen gingen de hele wereld over. Zelf zaten ze meestal aan een kale tafel.

We nemen je mee naar de 19e eeuw

Het begint in 1834. Petrus Regout opent een kristalslijperij aan de Boschstraat en twee jaar later een aardewerkfabriek. Daarna gaat het hard. Regout koopt kavel na kavel op, de fabrieken groeien de straat uit, en begin jaren 1860 werken er in zijn glas- en aardewerkbedrijven zo’n tweeduizend mensen. Maastricht wordt een van de eerste industriesteden van Nederland, en de Boschstraat is de slagader.

Die groei had een prijs. Achter de statige gevels groeide het Boschstraatkwartier uit tot een overvolle arbeiderswijk. Huisjesmelkers verdienden goed aan krotten. Kinderen gingen jong de fabriek in, ook nog toen kinderarbeid in 1874 al verboden was. Tegelijk sloopte de stad in de jaren 1860 de Boschpoort aan het eind van de straat, want Maastricht was geen vesting meer. De muren gingen weg, de schoorstenen bleven roken.

Daarna ging het nog lang op en neer. Vanaf 1899 heette het bedrijf De Sphinx. In 1969 kwam het laatste huishoudelijke aardewerk van de band in de Boschstraat. De oude arbeidershuisjes werden gesloopt en de buurt kreeg een nieuw gezicht. Het verhaal verdween niet, maar het werd wel stiller.

De deuren staan weer open

En nu is het weer druk. Niet meer met fabrieksfluiten en karren vol klei, maar met ondernemers die iets durven. Café de Boschpoort en ’t Lamke houden al jaren de tap open voor iedereen die binnenloopt. Bij Yong Kee eet je al generaties Kantonees. De familie Phan bouwde met Saigon Cuisine een zaak waar de halve stad voor omrijdt. In het gebouw waar ooit het Leger des Heils zat, slaap je nu bij Hotel Monastère. En ertussen openen steeds nieuwe zaken: lunchrooms, makers, kappers en kunst.

Wat ze gemeen hebben met de pottemennekes van toen? Ze steken hun handen uit de mouwen in een straat die zich nooit makkelijk liet temmen. En ze geven de Boschstraat terug wat hij altijd al was: een plek waar gewerkt, gegeten, gedronken en geleefd wordt. Maar nu met betere koffie.

 

Begin op de Markt, loop rechtdoor en ga onderweg ergens naar binnen. Over een kwartier sta je in het Sphinxkwartier. Of over een middag. Dat mag ook.

Wandel je mee?

Trek je wandelschoenen aan en kom mee. Wil je meer uitleg? Boek dan een wandeling of lees meer.

Kom je kijken?

en_GBEnglish (UK)