WANDELEN IN HET GROEN
Vergeet je aangeharkte stadspark. Hier groeit het gras waar het zelf wil. Aan de rand van het Sphinxkwartier ligt ruim twintig hectare die nooit bedoeld was om in te wandelen. Muren, wallen en droge grachten waren er juist om mensen búíten te houden. Tegenwoordig loop je er dwars doorheen, tussen bloeiend grasland, brandnetels en grazende schapen, langs stenen die al eeuwen in de weg liggen. Er zijn geen strakke borders en er staat niet om de tien meter een bankje. Je krijgt een park met karakter. En met een eigen mening.
Een front is een stuk vestingwerk dat naar de vijand kijkt. Maastricht had er nogal wat, want de stad lag eeuwenlang op een plek waar iedereen wel iets van wilde hebben. Het park bestaat uit de Hoge Fronten en de Lage Fronten. Sinds 2019 zijn die bovengronds met elkaar verbonden. Je loopt van het ene deel naar het andere door de droge gracht, onder de bruggen door. Dat is precies de route waar vroeger niemand levend doorheen mocht komen.
Eind 18e eeuw kreeg Maastricht er nog een verdedigingsgordel bij: de Linie van Du Moulin. Ze bestond uit bastions, lunetten en grachten. Daaronder loopt een gangenstelsel van zo’n 11 kilometer, de Kazematten. Tussen 1771 en 1782 werd daar voor het laatst flink aan verbouwd. In de 19e eeuw kwamen de Nieuwe Bossche Fronten erbij.
Toen kwam 1867 en was Maastricht geen vestingstad meer. Poorten en wallen gingen tegen de vlakte en de stad groeide eroverheen. Hier bleef veel staan. En zodra er niemand meer omkeek, nam de natuur het stilletjes over.
De bewoner waar het park het meest trots op is, zie je bijna nooit: de muurhagedis. Nergens anders in Nederland komt hij van nature voor. Hij ligt graag te zonnen op de warme, droge kalksteen van de oude vestingmuren. Het gras wordt niet gemaaid maar begraasd, door schapen die zaadjes in hun vacht meenemen en zo de bloemen door het park verspreiden. Met een beetje geluk flitst er een ijsvogel voorbij.
In 2019 ging het nieuwe Frontenpark officieel open. Dat gebeurde met een kanonschot, want hoe anders.
Klim dan De Krul op, met de stalen trap klim je zo op het restant van de oude snelweg die ooit de entree naar de stad was (en inmiddels flink is opgeschoven). Aan de rand van het park staat de Gashouder, waarin ooit het stadsgas van Maastricht werd opgeslagen. Hij laat zien dat in dit kwartier industrie en groen altijd al naast elkaar hebben geleefd. Ze knokken af en toe, maar ze houden het wel samen vol.
Trek wel goede schoenen aan. Sommige paden zijn hobbelig of half overwoekerd. Dat is geen achterstallig onderhoud, dat is de bedoeling.
Kom langs, trek je oude schoenen aan en ontdek het zelf. Het Frontenpark loopt niet weg, het staat hier al een paar eeuwen.